Frans
81%
Dominante lingua franca (tegenover 96% in 2001)
Engels
47%
2e meest gekende taal (33% in 2001)
Nederlands
22%
Herstel na 16% in 2018 (gedragen door de jeugd)
Inclusiekloof
11%
Spreekt geen van de 3 contacttalen (3% in 2001)
Hoofdstuk 1

De evolutie van de contacttalen (2001–2024)

Frans, Engels en Nederlands vormen de drie centrale contacttalen in het gewest. Het onderzoek volgt het percentage volwassen inwoners dat aangeeft deze talen 'goed tot uitstekend' te beheersen over de vijf opeenvolgende edities:

  • Frans: Het Frans blijft met 81% de primaire lingua franca van de stad, al daalt het gestaag ten opzichte van het niveau van 96% in 2001.
  • Engels: Het Engels heeft een opmerkelijke groei doorgemaakt en stijgt naar 47% in 2024, waarmee het de tweede meest gekende taal in Brussel is geworden.
  • Nederlands: Het Nederlands kent een opvallende heropleving en herstelt van een dieptepunt van 16% in 2018 naar 22% in 2024, gedragen door jongeren en het Nederlandstalig onderwijs.

Evolutie van de kennis van contacttalen (2001–2024)

Een contrast over 23 jaar: 2001 – 2024

Een vergelijking tussen de eerste meting (2001) en TB5 (2024) toont de omvang van de verschuiving: het Frans daalde van 96% naar 81%, het Nederlands ging van 33% naar 22% (na een dieptepunt van 16% in 2018), en het Engels steeg van 33% naar 47%. Het Spaans klom van 7% naar 15%, het Arabisch van 10% naar 12%, en het Turks blijft met 3% een vaste gemeenschapstaal. Drietaligheid (FR+NL+EN) staat op 13% (tegenover 16% in 2001), terwijl de groep die geen van de drie contacttalen beheerst bijna verviervoudigde van 3% naar 11%.

Hoofdstuk 2

Taalcombinaties & Meertalige identiteit

Hoe Brusselaars contacttalen in de dagelijkse praktijk combineren en de evolutie van hun eigen ervaren taalidentiteit.

Taalcombinaties & De inclusiekloof

Als internationaal knooppunt combineren Brusselaars verschillende contacttalen. De verdeling in 2024 toont unieke meertalige patronen, maar legt ook een structurele inclusiekloof bloot:

  • Hoofdcombinatie: De tweetalige combinatie Frans + Engels is het meest wijdverbreid en wordt door 27% van de inwoners beheerst.
  • Inclusiekloof: Een groeiende groep van 11% spreekt noch Frans, noch Engels noch Nederlands op een goed niveau, wat wijst op een reëel risico op maatschappelijke, economische en administratieve uitsluiting.
  • Drietaligheid: Drietaligheid (Frans, Nederlands en Engels) is verdubbeld ten opzichte van 2018 naar 13%, al blijft het onder het piekniveau van 2001 (16%).

Combinaties van contacttalen in 2024

Zelfperceptie van taalidentiteit

Naast feitelijke taalvaardigheid peilt de enquête naar de manier waarop Brusselaars hun eigen talige identiteit ervaren:

  • Eentalige stabiliteit: Het aandeel inwoners dat zichzelf als eentalig beschouwt, stabiliseert op 26%.
  • Meertalige verschuiving: Zelfidentificatie als meertalig is gestegen naar 38% en vormt inmiddels de grootste categorie.
  • Traditionele krimp: De traditionele Frans-Nederlandse tweetalige identiteit is gedaald naar 10% en wordt overtroffen door internationale bilinguale profielen (26%).

Ervaren taalidentiteit in 2024

Hoofdstuk 3

Thuistalen & Generatiedynamiek

De diversificatie van de thuistalen uit de jeugd en de uiteenlopende verwervingspatronen over de verschillende leeftijdscohorten.

Een stad van veranderende thuistalen

TB5 onthult een diepgaande diversificatie van de thuistaalomgeving van Brusselaars — een transformatie die het fundament van de stad hertekent:

  • 29% van de inwoners groeide op in een gezin waar noch Frans noch Nederlands werd gesproken (28,8% in 2024) — tegenover 19,7% in 2001.
  • Een kwart van de jongste generatie (18–30 jaar) groeide op in een gezin zonder contacttaal, wat duidt op een generatiebreuk met het traditionele Frans-Nederlandse model.
  • Gezinnen waarin het Frans wordt gecombineerd met een andere thuistaal nemen toe in alle leeftijdscategorieën — ook binnen families die voorheen als uitsluitend Franstalig golden.

Generatiedynamiek & Onderwijs

Taalverwerving en -beheersing volgen sterk uiteenlopende patronen over de verschillende leeftijdscohorten in het Brussels Gewest:

  • De kennis van het Frans is het sterkst gedaald bij inwoners onder de 30 jaar, met een afname van bijna 12 procentpunten ten opzichte van oudere cohorten.
  • Het herstel van het Nederlands wordt vooral gedragen door jongere inwoners en is nu gelijkmatiger verdeeld over de leeftijdscategorieën dan in vorige edities.
  • Het Engels scoort veruit het hoogst bij jongeren, maar boekt ook aanzienlijke winst bij oudere generaties — een bewijs van brede internationalisering.
  • Het Engels is in Brussel in de eerste plaats een schooltaal: de verspreiding weerspiegelt het onderwijssysteem veeleer dan directe migratiestromen.
Hoofdstuk 4

De taalkundige mozaïek: meer dan 100 gesproken talen

In het onderzoek van 2024 werden maar liefst 104 verschillende talen geregistreerd. Buiten de drie contacttalen nemen het Spaans (15%) en het Arabisch (12%) een vooraanstaande positie in als grote gemeenschapstalen, gevolgd door het Italiaans (6%), het Duits (6%), het Portugees (3%), het Turks (3%) en het Roemeens (2%). Andere Europese en wereldtalen zoals het Pools (1%), het Grieks (1%) en het Lingala (1%) handhaven eveneens een zichtbare aanwezigheid van meer dan 1% van de bevolking.

Spaans 15%
Arabisch 12%
Italiaans 6%
Duits 6%
Portugees 3%
Turks 3%
Roemeens 2%
Pools 1%
Grieks 1%
Lingala 1%
Hoofdstuk 5

Taal in het openbare leven & de instellingen

De enquête onderzoekt tevens hoe inwoners taal hanteren in cruciale publieke en institutionele contexten — van de gezondheidszorg tot gemeentelijke diensten:

In ziekenhuizen en de zorg daalde het exclusieve Frans van 87,5% in 2001 naar 64,3% in 2024, terwijl het gebruik van het Nederlands toenam tot 17,0%.

Bij gemeentelijke diensten daalde eentalig Frans contact van 90,6% in 2001 naar 60,3% in 2024, terwijl het Nederlands steeg naar 21,8%.

De openbare dienstverlening en het stadsleven maken een structurele overgang door van historisch eentalig Frans naar breed stedelijk meertalig gebruik.

Methodologie & Citatie

Methodologische informatie

De Taalbarometer meet de zelfgerapporteerde taalvaardigheid, waarbij 'kennis' gedefinieerd wordt als het vermogen om een taal 'goed tot uitstekend' te spreken. De editie van 2024 (TB5) ondervroeg een representatieve steekproef van 2.500 volwassen inwoners van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, nauwgezet gewogen naar leeftijd, geslacht, opleidingsniveau en geografische spreiding op basis van de officiële bevolkingsregisters.

Originele academische bron & Citatie

Mathis Saeys, Robin Simon, Dimokritos Kavadias, Uitgeverij Academia Press (Lannoo), Gent, 2025. Onderzoek in opdracht en met steun van de Vlaamse Overheid.

FAQ

Veelgestelde vragen

Belangrijke vragen en antwoorden over de methodologie en kernbevindingen van de VUB/BRIO-Taalbarometer.

Wat is de Taalbarometer?

De Taalbarometer is een toonaangevend representatief wetenschappelijk onderzoek dat om de 5 à 6 jaar wordt uitgevoerd door het Brussels Informatie-, Documentatie- en Onderzoekscentrum (BRIO) aan de Vrije Universiteit Brussel (VUB). Vijf edities (2001, 2007, 2013, 2018 en 2024) brengen 23 jaar taalevolutie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in kaart.

Hoe meet de Taalbarometer taalkennis?

Taalkennis wordt door de respondenten zelf beoordeeld voor spreken, begrijpen, lezen en schrijven. Een taal wordt als 'beheerst' beschouwd wanneer een respondent zijn vaardigheid als 'goed tot uitstekend' kwalificeert (de hoogste categorieën op een vierpuntsschaal).

Wat is het verschil tussen contacttalen en thuistalen?

Contacttalen (Frans, Engels en Nederlands) zijn de voertalen die worden gebruikt om in het openbare, maatschappelijke en professionele leven over taalgrenzen heen te communiceren. Thuistalen zijn de talen die thuis en met de ouders tijdens de jeugd worden gesproken.