Een samenvatting van de Taalbarometer-enquête over talen in Brussel
De VUB/BRIO-Taalbarometer is een representatief, wetenschappelijk onderzoek. Het is sinds 2001 vijf keer uitgevoerd, en het laatste veldwerk vond plaats in 2024 en werd gepubliceerd in 2025 (Taalbarometer 5).
De evolutie van de contacttalen (2001 - 2024)
Frans, Engels en Nederlands zijn de drie belangrijkste contacttalen in het gewest. Het onderzoek volgt het zelfgerapporteerde percentage inwoners dat deze talen 'goed tot uitstekend' spreekt:
- Frans: Het Frans blijft de belangrijkste lingua franca in de stad met 81%, maar daalt gestaag vanaf de 96% in 2001.
- Engels: Het Engels heeft een spectaculaire groei doorgemaakt en stijgt naar 47% in 2024, waarmee het de tweede bekendste taal in Brussel is.
- Nederlands: Het Nederlands registreert een historisch keerpunt en herstelt van een dieptepunt van 16% in 2018 naar 22% in 2024, aangedreven door een sterke aanwezigheid bij de jeugd en in het onderwijs.
Contact Languages Trends (2001 - 2024)
Een contrast over 20 jaar: 2001 tot 2024
De vergelijking tussen de eerste enquête (2001) en de meest recente (2024) toont de omvang van de verschuiving: het Frans daalde van 96% naar 81%, het Nederlands daalde van 33% naar 22% (na een dieptepunt van 16% in 2018), en het Engels steeg van 33% naar 47%. Het Spaans steeg van 7% naar 15%, het Arabisch van 10% naar 12%, en het Turks bleef een belangrijke gemeenschapstaal met 3%. Drietaligheid daalde van 16% naar 13%, en de groep die noch het Nederlands, noch het Engels noch het Frans spreekt steeg van 3% naar 11%.
Taalcombinaties & De participatiekloof
Als meertalig knooppunt combineren Brusselaars meerdere contacttalen. De verdeling van 2024 laat unieke dynamieken zien, maar belicht ook een groeiende kloof:
- Dominante combinaties: De bilinguale combinatie Frans + Engels komt het meest voor met 27%.
- Participatiekloof: Een groeiende groep van 11% spreekt noch het Nederlands, noch het Engels noch het Frans op een goed niveau, wat wijst op een stijgende kwetsbaarheid voor sociale en institutionele uitsluiting.
- Drietaligheid: Drietaligheid (Frans, Nederlands en Engels spreken) is verdubbeld naar 13% in vergelijking met 2018, hoewel dit onder de piek van 2001 (16%) blijft.
Contact Language Combinations in 2024
Zelfperceptie van meertalige identiteit
Naast taalkennis vraagt de enquête ook hoe Brusselaars zichzelf beschouwen op het gebied van taligheid:
- Eentalige stabiliteit: Het aandeel Brusselaars dat zichzelf als eentalig beschouwt, stabiliseert op 26%.
- Meertalige verschuiving: Zelfidentificatie als meertalig stijgt naar 38% en vormt nu de grootste groep.
- Traditioneel verval: De traditionele Frans-Nederlandse tweetaligheid is gedaald naar 10%, vervangen door internationale bilinguale combinaties (26%).
Self-Perceived Linguistic Identity in 2024
De lange staart van talen
In het onderzoek van 2024 werden 104 verschillende talen geregistreerd. Buiten de contacttalen zijn het Spaans (15%) en het Arabisch (12%) gevestigd als belangrijke gemeenschapstalen, gevolgd door het Italiaans (6%), het Duits (6%), het Portugees (3%), het Turks (3%) en het Roemeens (2%). Talen als het Pools (1%), het Grieks (1%) en het Lingala (1%) handhaven een zichtbare aanwezigheid van meer dan 1% van de bevolking.
Een stad van veranderende thuistalen
TB5 onthult een diepgaande verschuiving in de thuistaalomgeving van Brusselaars — een diversificatie die het talige fundament van de stad hertekent:
- 32% van de inwoners groeide op in een gezin waar noch het Nederlands noch het Frans werd gesproken — tegenover ongeveer 20% in 2001.
- Een kwart van de jongste generatie (18–30 jaar) groeide op in een gezin zonder contacttaal, wat een generationele breuk aangeeft met de traditionele Frans-Nederlandse dynamiek.
- Het aandeel inwoners dat opgroeide in gezinnen waar het Frans werd gecombineerd met een andere taal, stijgt in alle leeftijdscategorieën — ook in gezinnen die vroeger als uitsluitend Franstalig werden beschouwd.
Een generatiekloof
De evolutie van de taalkennis is niet uniform over alle leeftijdsgroepen. TB5 toont sterk uiteenlopende trajecten tussen generaties:
- De kennis van het Frans is het snelst gedaald bij de jongste generatie (onder de 30), met een daling van bijna 12 procentpunten ten opzichte van oudere cohorten.
- Het herstel van het Nederlands wordt voornamelijk gedragen door jongere inwoners en is nu meer gelijkmatig verdeeld over de leeftijdsgroepen dan in vorige edities.
- Het Engels is verreweg het sterkst bij de jongste leeftijdsgroepen, maar wint ook terrein bij oudere cohorten — een teken van de voortgaande internationalisering van de stad.
- Het Engels is in Brussel vooral een schooltaal: de verspreiding ervan weerspiegelt het onderwijssysteem meer dan de migratiepatronen.
Taal in het openbare leven
De enquête onderzoekt ook hoe inwoners taal hanteren in belangrijke publieke contexten — van gezondheidszorg tot gemeentelijke diensten:
- 75% van de Brusselaars spreekt uitsluitend Frans met hun huisarts. Toch is het gebruik van het Nederlands in medische contacten gegroeid van 6,7% in 2001 tot bijna 19% in 2024.
- Nederlandstalige inwoners zijn beduidend assertiever geworden tegenover ambtenaren: het aandeel dat onmiddellijk overstapt naar het Frans daalde van 90% (TB4) naar 58% (TB5).
- 55,7% van de contractuele aanstellingen in Brusselse gemeenten werd in 2023 geschorst wegens schending van de taalwetgeving — wat de blijvende kloof tussen institutionele verplichting en dagelijkse realiteit illustreert.
Methodologie van het onderzoek
Het onderzoek meet zelfgerapporteerde taalkennis, waarbij 'kennis' gedefinieerd wordt als het vermogen om een taal 'goed tot uitstekend' te spreken. De editie van 2024 (TB5) analyseerde een representatieve steekproef van 2.500 volwassen Brusselaars.
Originele bron & citatie
- Auteurs: Mathis Saeys, Robin Simon, Dimokritos Kavadias
- Uitgever: Uitgeverij Academia Press (Lannoo), Gent, 2025.
- Onderzoek in opdracht en met steun van de Vlaamse Overheid.